Dit artikel vertelt jou de 10 geheimen die je moet kennen om je opgaven medisch rekenen foutloos te maken

Inhoudsopgave

Inleiding

Medisch rekenen, ook wel verpleegkundig rekenen is een verplicht vak voor:

  • Verzorgenden ig
  • Verpleegkundigen mbo-4 en
  • Verpleegkundigen hbo-v

Als verpleegkundige moet je de juiste hoeveelheid medicijnen of vloeistoffen kunnen berekenen.

Helaas worden er in de praktijk door verkeerde berekeningen medische missers gemaakt. Door verkeerde hoeveelheid medicijnen kunnen patiënten ziek worden en zelfs overlijden.

Daarom wordt er tijdens de opleiding veel aandacht besteed aan medisch rekenen.

Online cursus medisch rekenen

Moeite met medisch rekenen? Dan is onze online-cursus iets voor jou. Hier in behandelen we alle onderdelen die aanbod komen bij de toets medisch rekenen. Bij de cursus zit inbegrepen:

Medisch rekenen met een 10 afronden? Wij geven jou de tips & tools, waarmee het lukt!

Hoe leer ik dan foutloos medisch rekenen? Foutloos medisch rekenen kun je leren door je aan een aantal regels te houden. Dan alleen lukt het om medisch rekenen met een 10 af te ronden.

Daarom is het belangrijk dat je stap-voor-stap je opgave oplost. Omdat wij al jaren gespecialiseerd zijn in medisch rekenen voor verzorgenden ig, mbo- en hbo verpleegkundigen, zien wij wat er in de manier van het oplossen van de opgaven fout gaat.

Beginnersfouten medisch rekenen

  • Veel te gehaast te werk gaan
  • Slordig werken
  • Niet goed kijken wat er gevraagd wordt
  • Zo min mogelijk op papier zetten
  • De opgave helemaal lezen, en weer en weer
  • Metrieke stelsel niet noteren
  • Weinig kennis van standaard weetjes en feiten
  • Niet strategisch lezen
  • Geen structuur in je rekenwerk

Dit zijn onze 10 geheimen om je medisch rekenen met een 10 af te ronden

Per opgave geven we aan of dit het niveau is voor een verzorgende IG of voor een verpleegkundige op mbo- of hbo niveau.

Opgave over oplossingen voor verzorgende IG

Iemand moet een zoutoplossing 5% maken van in totaal 80 cl.

Vraag: hoeveel gram zout heb je hiervoor nodig?

Uitwerking

5% betekent dat 5 gram zout is opgelost in 100 ml vloeistof.

80 cl zal ik moeten omrekenen naar mL. 80 cl = 800 mL.

800 mL : 100 mL x 5 gram = 40 gram.

Antwoord

Ik heb hiervoor 40 gram zout nodig.

Uitlegvideo

Opgave over oplossingen voor MBO-V en HBO-V

Bovenstaande opgaven is nog goed uit te rekenen. Het wordt lastiger als je met meer gegevens te maken krijgt.

Hieronder de opgave.

Opgave

Als verpleegkundige moet je een patiënt 2 gram kaliumchloride toedienen. Omdat deze medicatie langzaam moet inlopen, wordt dit per infuus toegediend.

Op de afdeling zijn aanwezig kaliumchloride ampullen 10% in 10 ml.

De kaliumchloride moet verdeeld worden over 4 infuuszakken met 500 ml NaCl 0,9%.

Vraag:

A. Hoeveel ampullen heb je nodig?

B. Hoeveel milliliter kaliumchloride 10% voeg je toe per zak?

Uitwerking

Vraag A. In deze opgave staat veel informatie, alleen welke informatie heb je nodig?

Dit is meestal het meest lastige onderdeel om een opgave van verpleegkundig rekenen uit te rekenen.

  • Je weet dat je de patiënt 2 gram moet geven
  • De kaliumchloride ampullen zijn 10%, opgelost in 10 mL
  • Een 10% oplossing betekent 10 gram opgelost in 100 mL

De laatste ‘bullet’ is van belang om mee verder te werken.

Je weet dat 10 gram is opgelost in 100 mL, dan kun je ook uitrekenen hoeveel mL je nodig hebt voor 2 gram. Dit is immers wat je de patiënt moet geven.

  • 2 gr : 10 gr x 100 mL = 20 ml Kaliumchloride.
  • Elke ampul is 10 mL.

Antwoord a: Je hebt 2 ampullen nodig.

Vraag B: Hoeveel milliliter kaliumchloride 10% voeg je toe per zak?

Deze 2 gram kaliumchloride moet je verdelen over 4 infuuszakken. Je weet ook dat deze 2 gram kaliumchloride is opgelost in 20 ml vloeistof.

Dit betekent dat je 20 ml moet verdelen over 4 infuuszakken.

Antwoord b: 20 mL verdelen over 4 infuuszakken = 5 mL kaliumchloride 10% voeg je toe per zak.

 

Opgave over verdunningen voor verzorgende IG

Opgave

Je beschikt over waterstofperoxide 5%. Je moet 10 ml 2% maken.

Vraag: hoeveel ml waterstofperoxide 5% heb je nodig?

Formule: (voorschrift in % x aantal ml) : wat aanwezig is in % Kortgezegd V:A

Tip

schrijf de formule op en vul de getallen in de formule in. Dan hou je het rekenwerk overzichtelijk en maak je minder fouten.

Formule: (voorschrift in % = 2% x aantal mL = 10 mL) : wat aanwezig is in % = 5%

Antwoord

Antwoord: Dit is dan 20 : 5 = 4 mL waterstofperoxide van 5% heb je nodig.

Uitlegvideo

Online cursus medisch rekenen

Moeite met medisch rekenen? Dan is onze online-cursus iets voor jou. Hier in behandelen we alle onderdelen die aanbod komen bij de toets medisch rekenen. Bij de cursus zit inbegrepen:

Opgave over verdunningen voor MBO-V en HBO-V

Je beschikt over waterstofperoxide 8%. Je moet 2 dL waterstofperoxide 2% maken.

Vragen:

A. Hoeveel waterstofperoxide 10% heb je nodig

B. Met hoeveel ml water verdun je dit?

C. Wat is de verdunningsfactor?

Uitwerking vraag A

  • Je begint eerst met het opschrijven van de formule:

Formule: (voorschrift in % x aantal ml) : wat aanwezig is in %

  • Dan zetten we de getallen in de formule…

Formule: (voorschrift in % = 2% x aantal mL = 200 mL) : wat aanwezig is in % = 8%

Let op: werk met dezelfde eenheden! In deze opgaven hebben we de 2dL omgerekend naar 200 mL.

Antwoord vraag a. Dit is dan 400 : 8 = 50 mL waterstofperoxide van 8% heb je nodig

Uitwerking vraag B

De volgende vraag is: met hoeveel mL water verdun je dit?

Je moet 200 mL (dit is 2 dL) maken, terwijl je maar 50 mL waterstofperoxide van 8% nodig hebt.

Antwoord vraag b. Dit betekent dat je 200 mL – 50 mL = 150 mL moet toevoegen (verdunnen).

Uitwerking vraag C

De volgende vraag is: wat is de verdunningsfactor?

Formule: Verdunningsfactor = beginconcentratie : eindconcentratie

Antwoord vraag c. beginconcentratie is 8% : eindconcentratie is 2% = 4 De verdunningsfactor is dus 4

Opgave over infuus voor verzorgende IG

Opgave

Mevrouw Miedema heeft een behoorlijke longontsteking en is in het ziekenhuis opgenomen. Zij krijgt via een infuus antibiotica toegediend. Deze antibiotica (300 ml) moet jij in 4 uur laten inlopen. Er zitten 20 druppels in 1 mL.

Vraag: wat is de druppelsnelheid?

Tip

Bij infuus gaat het altijd om aantal druppels per minuut. Standaard zitten er in 1 mL, 20 druppels.

Uitwerking

  • 300 mL omrekenen naar druppels: 300 x 20 druppels/mL= 6000 druppels
  • 4 uur omrekenen naar minuten: 4 x 60 minuten = 240 minuten

Antwoord

Antwoord: 6000 druppels : 240 minuten = 25 druppels per minuut

Uitlegvideo

Opgave over infuus voor HBO-V

Opgave

Mevrouw Adriaansen kreeg 16 druppels per minuut. Het medicijn heeft een sterkte van 0,8%. 1 mL is gelijk aan 20 druppels.

A. Hoeveel gram van deze stof heeft mevrouw Adriaansen in een etmaal binnengekregen? (afronden op 1 decimaal achter de komma)

B. Als zij 6,8 gram binnen had moeten krijgen per etmaal, wat had dan de druppelsnelheid moeten zijn van haar infuus?

Uitwerking vraag A

Tip:

  • Reken het etmaal om naar minuten
  • Reken uit hoeveel mL mevrouw Adriaansen in een etmaal krijgt toegediend
  • Omdat de sterkte in procenten bekend is, kun je uitrekenen hoeveel gram mevrouw Adriaansen krijgt toegediend.
  • Een etmaal is 24 uur x 60 minuten = 1440 minuten
  • 1440 minuten x 16 druppels/min = 23.040 druppels
  • 23.040 : 20 druppels/mL = 1.152 mL
  • 0,8% betekent 0,8 gram opgelost in 100 mL. Voor 1.152 mL is dit: 1.152:100 x 0,8 = 9,216 gram

Antwoord vraag a.: Mevrouw Adriaansen heeft (afgerond) 9,2 gram in een etmaal binnen gekregen.

Uitwerking vraag B

6,8 gram (neem het onafgeronde getal) zullen we moeten omrekenen naar mL.

Dus: 6,8 : 0,8 (de sterkte van0,8%) x 100 mL = 850 mL

Deze 850 mL moet ik nu omrekenen naar druppels.

850 mL x 20 druppels = 17.000 druppels : 1440 minuten (dit is een etmaal) = 11,80555…druppels per minuut. Afgerond is dit 11 tot 12 druppels

Antwoord vraag b.: De druppelsnelheid had dan 11 – 12 druppels per minuut moeten zijn.

 

Uitlegvideo

Opgave over perfusorpomp voor verzorgende IG

Opgave

Meneer de Graaff krijgt amiodaron voorgeschreven, omdat hij ernstige hartritmestoornissen heeft. Jij moet het medicijn via een spuitenpomp toedienen.

Je sluit de spuit om 08.00 uur aan. De spuit bevat 40 ml vloeistof plus het medicijn. De concentratie amiodaron in de vloeistof is 2 mg per ml.

Vraag:

  1. Hoeveel mg bevat de hele spuit?
  2. Als je de spuit instelt op stand 6.0, na hoeveel uren en minuten is de spuit dan leeg?

 

Uitwerking vraag A

Er zit 2 mg per mL in de spuit. De spuit bevat 40 mL vloeistof en het medicijn.

Dit betekent: 2 mg x 40 mL = 80 mg amiodaron bevat de hele spuit

Antwoord vraag a: De hele spuit bevat 80 mg amiodaron

Uitwerking vraag B

Stand 6.0 betekent 6 mL per uur.

In de hele spuit zit 40 mL. Dus: 40 mL : 6 mL = 6,6666666667 uur.

De vraag is nu: hoe maak ik hiervan uren en minuten?

Het cijfer links van de komma zijn de hele uren. Dit zijn er dus 6

Wat overblijft moet ik met 60 minuten vermenigvuldigen. Dan krijg je de minuten

Dus: 0,666666667 x 60 minuten = 40 minuten

Antwoord vraag b

De spuit is na 6 uur en 40 minuten leeg.

 

Uitlegvideo

Opgave over perfusorpomp voor HBO-V

Voor meneer Hubner moet je een spuitenpomp klaarmaken. Het voorschrift is 0,48 gram per etmaal, bij een pompstand van 2.0.

Je hebt in voorraad ampullen 3,5 ml (5 %). De volle spuit moet na 20 uur leeg zijn.

A. Hoeveel ampullen gebruik je?

B. Hoeveel mL medicijn gooi je weg? (afronden op 1 decimaal)

Uitwerking A

Bij deze opgave is wat meer rekenwerk nodig. Je zult ook de onderlinge verbanden goed moeten begrijpen. Hier volgen wat tips:

  • Reken uit hoeveel mg medicijn er per uur wordt gegeven
  • Reken uit hoeveel mL er in de spuit zit
  • Reken uit hoeveel medicijn er dan in de spuit zit
  • Omdat de concentratie medicijn is gegeven (5%), kun je ook uitrekenen hoeveel mL je moet opzuigen

0,48 gram is omgerekend 480 mg voor een heel etmaal.

Per uur is dit: 480 mg : 24 uur = 20 mg.

In de spuit zit de volgende hoeveelheid: 2.0 (pompstand = 2 mL/uur) x 20 uur = 40 mL

De volgende hoeveelheid mg zit er in de spuit: 20 mg x 20 uur = 400 mg

5% betekent 5 gram opgelost in 100 mL, of: 5000 mg opgelost in 100 mL. Dit is 50 mg/mL

Er zit 400 mg in de spuit. Dus: 400 mg : 50 mg x 1 mL = 8 mL zuig je op.

Antwoord a. In voorraad heb je ampullen van 3,5 mL. Dus: 8 mL : 3,5 mL = 2,285714…ampul.

2 ampullen is te weinig, dus zul je 3 ampullen moeten gebruiken

Uitwerking B

Antwoord b. Als je 3 ampullen gebruikt, dan heb je 3 x 3,5 mL = 10,5 mL gebruikt.

Je hebt 8 mL nodig. Dus gooi je 10,5 mL – 8 mL= 2,5 mL weg.

Opgave vochtbalans voor verzorgende IG en MBO verpleegkunde

Naast de sondevoeding (2150 mL) eet mevrouw Janssen bij als ontbijt nog een schaaltje pap (150 mL) , als lunch een schaaltje vla (150 mL) en als diner eet zij een kom soep (250 mL) en vraagt er daarna nog een, maar daarvan eet zij maar de helft op. Ze drinkt 1 kopje thee (125 mL) en 2 kopjes koffie (2 x 125 mL) en anderhalf glas water (250 mL).

Via de wonddrain verliest zij 75 ml wondvocht en ze plast 4 keer op de po, 200 ml, 175 ml, 500 ml en 340 ml.

Vraag: Maak de vochtbalans op. Is deze positief of negatief?

 

Uitwerking

Inname:

  • Sondevoeding          2150 mL
  • Schaaltje pap             150 mL
  • Schaaltje vla              150 mL
  • Kom soep                   250 mL
  • Kom soep ½               125 mL
  • Kop thee                    125 mL
  • 2 kopjes koffie            250 mL
  • Glas water                  250 mL

                                                ———-

                                                 3.450 mL

Uitscheiding:

  • Urine (in totaal)        1.215 mL
  • Wondvocht                    75 mL

                                               ———–

                                                1.290 mL

Het is een positieve vochtbalans, omdat de inname van vocht per saldo

groter is, nl 2.160 mL (3.450 – 1.290 = 2.160)

Uitlegvideo

Opgave BMI voor verzorgende IG en MBO-V

De heer de Ruiter is 67 jaar, 184 cm lang en weegt 84 kilo.

Vraag: Bereken het BMI van de heer De Ruiter (1 decimaal)

Uitwerking

Formule: gewicht in kg : (lengte in m x lengte in m)

gewicht in kg = 84 kg : (lengte in m 1,84 x lengte in m 1,84).

Let op ! Heb je geen haakjes op je rekenmachine, reken dan eerst lengte x lengte uit. Schrijf dit getal volledig over op een kladblaadje. Deel vervolgens 84 : 3,3304 = 24, 81096…= 24,8 (afgerond)

Uitlegvideo

Opgave vochtbalans voor MBO-V en HBO-V

Mevrouw Antonius heeft veel last van haar forse overgewicht. Bij haar is obesitas vastgesteld. Mevrouw Antonius heeft een lengte van 1,70 meter en haar gewicht is 102 kilo. Na het kijken van een afslankprogramma op TV, besluit zij wat aan haar gewicht te doen. Met behulp van een persoonlijke afslankcoach, wil zij binnen 1 jaar een BMI van 24 halen.

Reken uit: Hoeveel kilo (afronden op hele kilo’s) moet mevrouw Antonius in 1 jaar afvallen, om een BMI van 24 te halen?

Uitwerkig

Bij deze vraag is de BMI al gegeven. Toch helpt het als je bij dit soort vragen toch de formule opschrijft. Je ‘ziet’ dan al gauw hoe je tot een bepaald antwoord komt.

We schrijven eerst de formule op: Formule BMI: gewicht in kg : (lengte in m x lengte in m)

We moeten nu het gewicht uitrekenen, terwijl de BMI bekend is en ook de lengte is bekend

BMI = gewicht in kg : (lengte in m x lengte in m). Nu vullen we de getallen in en rolt het gewicht er uit.

24 = ? : (1,70 x 1,70)

24 = ? : 2,89

? = 24 x 2,89

? = 69,36 kg

Mevrouw Antonius moet 102 kg – 69,36 kg = 32,64 kg (afgerond 33 kg) afvallen om een BMI van 24 te krijgen.

Vind je bovenstaande berekening lastig, dan helpt vaak dit ‘ezelbruggetje’:

3 = ? : 2. Juist!, je vermenigvuldigt 3 met 2 en dan kom je op het antwoord.

 

Opgave Medicatie MG/ML voor verzorgende IG

Kevin is als gevolg van een traumatisch ongeluk erg angstig. Er worden Haldoldruppels voorgeschreven. De sterkte is 4 mg/ml, 1 ml = 20 druppels

Jij zult hem 0,8 mg Haldol moeten geven.

Vraag: hoeveel druppels zijn dit?

Uitwerking

Deze opgave kun je heel eenvoudig oplossen met een ‘verhoudingstabel’

Zonder verhoudingstabel ziet de uitwerking er zo uit:

0,8 mg is 5 keer zo klein dan 4 mg. In dat geval moet je ook de 20 druppels moeten delen door 5. Dus 20 druppels : 5 = 4

Antwoord: 0,8 : 5 x 20 druppels = 4 druppels

 

Uitlegvideo

Opgave Medicatie MG/ML voor MBO-V en HBO-V

Henk Brink is op de IC opgenomen. Het medicatievoorschrift is Voriconazol 540 mg 3 keer per dag.

Er is poeder voor infusievloeistof beschikbaar van 200 mg. Je lost de voorgeschreven medicatie op in 50 ml NaCl 0,9 %. Een collega stelt de druppelsnelheid in op 30 druppels per minuut.

Vraag: Hoeveel mg Voriconazol krijgt de patiënt in 20 minuten?

Uitwerking

Ook deze opgave kan heel eenvoudig met behulp van een ‘verhoudingstabel’ uitgerekend worden.

  • In 20 minuten krijgt de patient (20 x 30 = 600) 600 druppels toegediend.
  • De opgeloste medicatie van 50 mL reken je gelijk om naar druppels (50 mL x 20 druppels/ml = 1000 druppels)
  • Je weet dat de patient 600 druppels toegediend krijgt, dan kun je ook uitrekenen hoeveel mg dit is, want in 50 mL zit 540 mg Voriconazol opgelost.

600 druppels : 1000 druppels x 540 mg = 324 mg

Antwoord: de patient krijgt in 20 minuten 324 mg Voriconazol toegediend.

Uitlegvideo

Opgave Medicatie % voor HBO-V

Toos Hulshof is heel erg verward. Het eten gaat erg moeilijk. De dienstdoende arts schrijft haloperidoldruppels voor. Jij moet Toos 6 mg haloperidol geven en je beschikt over een druppelvloeistof 3 mg/ml. (1 ml = 20 druppels)

Vraag:

A. Hoeveel druppels zijn dit?

B. Wat is de sterkte van deze druppelvloeistof in %?

Uitwerking vraag A

Tip: Ook bij deze opgave, is de verhoudingstabel een heel handig hulpmiddel.

Je weet dat er 3 mg is opgelost in 1 mL. Je moet Toos 6 mg geven. Dit is 2 keer zoveel en dus ook 2 keer zoveel mL.

Antwoord a. Dus 2 ml heb je nodig. In 1 mL zitten 20 druppels, dan heb je 40 druppels nodig voor 2 mL.

Uitwerking vraag B

Er zit 3 mg in 1 mL. Om de sterkte van deze druppelvloeistof uit te rekenen moet je kijken hoeveel gram er in 100 mL zit.

Antwoord: Dus: 3 mg zit in 1 mL, dan zit er 300 mg in 100 mL. 300 mg = 0,3 gram en dus 0,3% als sterkte van deze druppelvloeistof.

Uitlegvideo

Opgave Medicatie IE voor verzorgende IG en MBO-V

Bert de Vries zijn bloedwaarden zijn niet goed. Je moet hem 40 IE Actrapid injecteren. Je hebt een injectieflacon Actrapid van 200 IE/ml (200 eenheden per ml).

Vraag: hoeveel ml Actrapid geef je?

Uitwerking

Je hebt 200 IE per ml tot je beschikking. Je moet de patiënt 40 IE injecteren. Dit is dus 1/5 deel. Dit betekent dat je ook het aantal mL moet delen door 5.

Antwoord: 1 : 5 = 0,2 mL Actrapid geef je

Uitlegvideo

Opgave Medicatie IE voor MBO-V en HBO-V

Jolanda de Bruijn is opgenomen in het ziekenhuis. Als verpleegkundige moet je haar ’s ochtends 32 IE en ’s avonds 20 IE Levemir geven.

Je hebt een Levemir flexpen 100 IE/mL, pen 3 mL.

Voor elke injectie spuit je 2 eenheden insuline weg om de naald te ontluchten.

Vraag: Hoeveel hele dagen kan Jolanda de Bruijn met een pen doen?

Uitwerking

Je kunt het volgende alvast uitrekenen:

  • ’s ochtends 32 IE + 2 IE (ontluchten van de naald) = 34 IE

’s middags 20 IE + 2 IE (ontluchten van de naald) = 22 IE

Samen is dit 56 IE

  • Je hebt een flexpen waarin 100 IE/ml in zit. In de pen zit 3 mL.

Ik kan dan uitrekenen dat er 3 x 100 IE = 300 IE in de flexpen zit.

Antwoord: Dit betekent dat 300 IE : 56 IE = 5,3571… = 5 hele dagen kan Jolanda de Bruijn met de pen doen.

Opgave zuurstof verzorgenden IG en verpleegkundigen mbo

De druk in een 20 litercilinder is 60 atmosfeer. Je moet een patiënt 2 liter/minuut toedienen.

Vraag: na hoeveel tijd is de cilinder leeg?

Uitwerking

  • Formule totale hoeveelheid zuurstof in liters: inhoud cilinder x bardruk
  • We rekenen eerst uit hoeveel liter zuurstof je tot je beschikking hebt.
  • Daarna deel je het totaal door het aantal liters per minuut

totale hoeveelheid zuurstof in liters: inhoud cilinder 20 liter x bardruk 60 bar = 1200 liter

Het totaal van 1200 liter deel je door 2 liter/min = 600 minuten.

Antwoord: 600 minuten : 60 minuten = 10 uur. Dus na 10 uur is de cilinder leeg.

 

Opgave zuurstof voor MBO-V en HBO-V

Een zuurstofcilinder heeft een inhoud van 20 liter. De manometer geeft 170 Bar aan. De heer Thomasson krijgt 2 liter zuurstof per minuut. Het is nu 10:30 uur.

Vraag: Wat is de stand van de manometer om 14:45 uur? (afronden op een heel getal)

Uitwerking

  • Reken het totaal aantal liters zuurstof uit.
  • Reken eerst uit hoeveel tijd er tussen 10.30 en 14.45 uur zit
  • Het aantal uitgerekende minuten vermenigvuldig je dan met het aantal liters zuurstof per minuut. Je weet dan hoeveel liters zuurstof er dan zijn opgemaakt
  • Trek dan bovenstaande liters af van het totaal aantal liters en vul dit in de formule in.

Formule totale hoeveelheid zuurstof in liters: inhoud cilinder 20 liter x bardruk 170 bar

Het totaal aantal liters is: 3.400 liter zuurstof

Het aantal minuten tussen 10.30 uur en 14.45 uur = 4 uur en 15 minuten = 255 minuten

Het verbruik is 2 liter per minuut. Dus: 255 x 2 = 510 liter is er opgemaakt.

Dit betekent dat er 3.400 – 510 = 2.890 liter is er over.

Nu vullen wij de formule in met de getallen:

totale hoeveelheid zuurstof in liters 2.890 = inhoud cilinder 20 liter x bardruk ? bar.

2.890 = 20 x ?

? = 144,5 Dit betekent dat de bardruk 145 is (afgerond).

 

L

Mischien ook interessant?

Medisch rekenen | 3 tips opgaven infuussommen

Inleiding Het oplossen van infuussommen kan een hele opgave zijn. Veel

Medisch rekenen | opgaven over MEDICATIE %

Opgave Toos Hulshof is heel erg verward. Het eten gaat erg

Medisch rekenen | opgaven over MEDICATIE IE

Inleiding De sterkte van medicijnen wordt soms in Internationale Eenheden (IE)

Scroll naar boven